Nu het al weken lang vriest, vind ik dat ik toch minstens één keer op natuurijs moet schaatsen en dat wordt vandaag. We – A. en ik – rijden deze zondag om 11.00 uur richting Hilversum Kortenhoef. Het is heel zonnig, maar er staat wel een behoorlijk koude wind. De thermometer wijst -2 aan. Op een gegeven moment zien we allemaal mensen met schaatsen lopen, we parkeren en doen – zittend op een stijgertje – onze schaatsen aan. De omgeving is prachtig, silhouetten van knotwilgen, rietkragen, kleine, typisch Hollandse huisjes en boerderijen. En over dit alles een stralende zon en bevroren sloten zover je kan kijken.
In de auto, Op weg hiernaar toe,zat ik vol vertrouwen dat het me – na iets van 8 jaar niet meer te hebben geschaatst – best wel weer zal lukken, ook al heb ik nog nooit eerder op Noren geschaatst. Ik heb het altijd met de kunstschaatsen – overgenomen van mijn moeder – gedaan en dat ging prima. Lekker hoge schoenen en veel steun bij de enkels. Maar deze kunstschaatsen (voor jaren opgeborgen in de garage) zijn – helaas-door een stel muizen opgegeten, tenminste het leer van de schoenen. Nu moet ik het doen met Noren met een lage schoen, die ik van A. heb overgenomen.
Ik doe een paar wankele stappen het ijs op, wild zwaaiend met mijn armen. Een paar vaders die met hun kinderen op stap zijn, kijken lachend toe, maar niet uitlachend, eerder bemoedigend. “Een mooie dag om het te leren”, zegt de één en “als je hier valt, ziet niemand het”. Het is inderdaad nog heel rustig op het ijs. Ik vertel dat ik nog nooit op Noren heb gestaan en dat ik een stoel of een ander houvast mis. Ze geven ons nog een tip dat een stuk verderop, een koek en zopie tent is. Maar ik weet niet of het me gaat lukken om daar te komen. A. biedt me het houvast dat ik zo hard nodig heb en steekt me de hand toe. Dat gaat al iets beter. Na een paar minuten probeer ik het los. Iedereen schaatst me voorbij, maar dat is niet erg, als het maar lukt. En het lukt en het gaat zelfs steeds beter. Ik denk aan het programma dat ik pas gezien heb, waarin vijf Afrikaanse sporters de kans kregen om een aantal weken naar Nederland te komen waar ze schaatsen zouden leren. Ze moesten eerst droog trainen, waarbij ze de schaatsbeweging leerden maken en daarna het ijs op. De beelden van deze training heb ik in mijn hoofd opgeslagen en pas ik toe.
Na een half uurtje ongeveer komen we bij het koek en zopietentje aan. Het is er echt supergezellig, er staan wat tafels en houten leunstoelen, er liggen plaids en dekens en er brandt hout in een vuurkorf . De meiden van het tentje swingen op muziek als in -A-Gadda -Da-Vida van Iron Butterfly en Tainted love van Soft Cell. Ze doen geweldige zaken, het tentje is heel strategisch opgesteld, precies op een T-kruising van drie sloten/vaarten. We nemen warme chocolademelk en ploffen op een bank met kussens neer. De sfeer is fantastisch, allemaal vrolijke gezichten en iedereen heeft er lol in. Even later schaatsen we verder, een bonte stoet van mensen komt langs. Mensen van alle leeftijden, van heel jong tot oud, zijn aan het schaatsen of ook wel wandelen op het ijs, zoals een ouder echtpaar. Je ziet vaders en moeders met sleetjes of achter buggies, kinderwagens en fietskarretjes. Zelfs een enkele hond die zich samen met het baasje op het ijs waagt.
Soms moet je even een stukje klunen over een houten bruggetje of grasveld waar tapijt overheen is gelegd. We schaatsen richting Loosdrechtsedijk. Er is daar een ijsbaan, met mooi glad ijs. We schaatsen een paar rondjes en schaatsen dan weer terug naar ons beginpunt.
Na twee uur doen we onze schaatsen weer af. Allebei heel enthousiast dat het schaatsen zo goed is gegaan. Voor mij mag de winter op deze manier nog wel even duren.



